Caravangebruik

Vóór het gaan rijden de volgende dingen controleren/handelingen verrichten:

  1. Alle ramen (ook eventueel toiletraam) en dakluiken goed sluiten.
  2. Idem alle kastjes en kastdeuren.
  3. De keukenkastjes eventueel opvullen met een handdoek o.i.d.
  4. Porta Potti en watertank vastzetten.
  5. Alle losliggende voorwerpen opbergen.
  6. Gasleiding (op gasfles in disselbak) dichtdraaien.
  7. Caravandeur afsluiten (hou de sleutel in de auto bij de hand).
  8. Vervolgens caravan aankoppelen, stekker en noodremkabel bevestigen.
  9. Alle lichten controleren, eventueel wat ‘jutteren’ aan de stekken.
  10. Spiegels vóór het rijden goed aftellen.

 

Wat betreft het beladen van de caravan het volgde:

  1. Alle zwaardere voorwerpen zoveel mogelijk boven de as zetten.
  2. Zwaardere voorwerpen zo laag mogelijk neerzetten of -leggen.
  3. De verdeling tussen voor- en achterkant moet zo zijn, dat de kogeldruk rond de 60 kilo is (de kogeldruk moet rond de 60 kilo zijn, anders legt de caravan teveel gewicht op de auto of andersom, de caravan danst onrustig achter de auto, gebruik een weegschaal of kogeldrukmeter, kost 10 euro).
  4. Caravanrijders stoppen vaak na bijvoorbeeld de eerste 10 kilometers, om de bagage iets anders te verdelen, dat overkomt ook de meest ervaren caravanners.
  5. In de auto kan ook best wat bagage, de verdeling van gewicht tussen auto en caravan moet juist zijn, een te lichte auto stuurt onrustig.

 

Dan het rijden met de combinatie zelf

  1. Het eerste half uur moet je altijd weer even wennen aan het rijden met een forse ‘aanhanger’, neem rustig de tijd om er vertrouwd mee te raken.
  2. Spoorvorming, het ingehaald worden door een bus of vrachtwagen, onverwachte manoeuvres: anticipeer erop en wen eraan, het hoort bij het rijden van zo’n combinatie
  3. Veel in de spiegel kijken helpt hierbij, je weet wat er komt aan verkeer achter je.
  4. De wind, ook die veroorzaakt wordt door het andere verkeer, kan je wat nerveus maken. Dat hoeft niet, probeer bijvoorbeeld als je wordt ingehaald, zo veel mogelijk rechts te gaan rijden, dit verminderd het ‘duwen en zuigen’ van forse inhalers.
  5. Neem onderweg wat eerder tijd om te rusten, goed voor je eigen frisheid en die van de motor.
  6. Over het bochtenwerk: neem de bochten goed ruim anders gaat je caravanwiel over de stoep.
  7. Laat je niet opjagen door anderen, jij bent verantwoordelijk voor jouw rijden, niet anderen.
  8. De stabilisator kan bij het rijden in de stad gaan ‘piepen’, dat hort zo! Eventueel kun je de stabilisator losmaken.
  9. Tot slot: bij het rijden van een normale combinatie trekauto/caravan wordt de vijfde versnelling niet veel gebruikt, vanwege de geringe trekkracht in de hoogste versnelling. En bedenk: de versnelling waarin men een berg oprijdt, is dezelfde als die waarin men de berg afrijdt! Dit geldt zeker voor het rijden met de caravan! De gemiddelde snelheid met een ‘losse’ auto is 80 km/h, die van een auto met een caravan is maximaal 60 km/h.

Algemene opmerkingen:

    1. Ga eens een middag proefrijden met een onbeladen caravan.
    2. Laat vóór de vakantie de remmen controleren en schoonmaken.
    3. Ook de banden controleren en op spanning brengen (minstens 3,2 atm.)
    4. Het opzetten van de voortent

Voortent opzetten